NETHERLANDS DRUG POLICY FOUNDATION

DANK AAN DRIES VAN AGT

Inleiding door Freek Polak bij de uitreiking van de Cannabiscultuurprijs op 23.11.09
 
Het is duidelijk dat de heer Van Agt is gekozen als winnaar van de Cannabiscultuurprijs vanwege de voorname rol die hij heeft gespeeld bij de totstandkoming van het unieke Nederlandse softdrugsbeleid. Ook ik ben de heer van Agt hiervoor zeer dankbaar, ook al is het niet alleen zijn verdienste. Hij heeft het voorstel gezamenlijk ingediend met PvdA minister mw. Vorrink van volksgezondheid, maar zonder deze Minister van Justitie was het beslist anders gelopen.
 
In 1976 werd na jaren van voorbereiding de Opiumwet gewijzigd. Had men toen niet kunnen voorzien dat er ook een regeling moest komen om de coffeeshops te kunnen bevoorraden? Het antwoord daarop is dat niemand de komst van coffeeshops had voorzien. In de eerste jaren na 1976 waren er alleen huisdealers bij bepaalde gelegenheden zoals Paradiso en de Melkweg hier in Amsterdam. Maar ook die huisdealers moesten op de een of andere manier aan hun product komen.
 
Verwaarlozing van beleid?
Ik maak meteen een sprong naar de actuele situatie. In de Hoofdlijnenbrief drugsbeleid die begin september werd gepubliceerd, stemt de regering in met het advies van de cie. Van de Donk om de coffeeshops te behouden, met aanpassingen in de richting van kleinschaligheid en regionale functie.
Tegelijk lijkt de regering toch de coffeeshops het leven weer verder te willen bemoeilijken, enerzijds door geen oplossing voor te stellen voor het bekende achterdeurprobleem, terwijl anderzijds wèl de suggestie van de cie. Van de Donk wordt overgenomen harder te gaan optreden tegen de zogenaamde drugswetcriminaliteit, waarmee de teelt en de aanvoer naar de coffeeshops wordt bedoeld.
 
Het lijkt erop dat prof. Fijnaut de overige leden van de cie. Van de Donk zover heeft gekregen mee te gaan in zijn opvatting dat tot voor kort de strafrechtelijke aanpak van deze drugswetcriminaliteit zou zijn “verwaarloosd” en dat alleen bestuursrechtelijk werd opgetreden. Daarom zou de aanpak nu harder moeten.
Met “te weinig strafrechtelijk optreden” bedoelt Fijnaut dat tot voor enkele jaren de teelt en de aanvoer naar de coffeeshops grotendeels ongemoeid zouden zijn gelaten. Dit is nogal overdreven, maar voor zover dit het geval was, gebeurde dit omdat het paste in het gedoogbeleid. De coffeeshops moesten nu eenmaal op een of andere manier hun leveranties kunnen ontvangen. Het is dus onjuist om dit verwaarlozing van beleid te noemen.
 
Wel lijkt het begrip “verwaarlozing van beleid” op een ander punt van toepassing. Het Nederlandse coffeeshopbeleid lag meermaals onder vuur vanuit het buitenland en opvolgende regeringen reageerden daarop overwegend defensief.
Is het dan geen verwaarlozing van beleid dat vanuit Nederland nooit openlijk tegen de ons bekritiserende landen is gezegd dat hun bezwaren tegen de coffeeshops ongefundeerd zijn?
 
Inmiddels is het algemeen bekend dat de vrije beschikbaarheid van cannabis voor volwassenen in Nederland in vergelijking met de buurlanden niet tot een toename van gebruik heeft geleid, en meer in het algemeen dat hardere repressie niet tot minder gebruik leidt, en al helemaal niet tot minder problemen.
Maar wanneer begon dit duidelijk te worden? De Duitse onderzoeker Karl-Heinz Reuband heeft hierover al vanaf 1992 artikelen gepubliceerd, die lieten zien dat het gebruik in Nederland wel toenam, maar niet meer dan elders in Europa.
 
Nu de regering instemt met het advies van de cie. Van de Donk om de coffeeshops te behouden, en nu het beleid er hoofdzakelijk op gericht zal zijn overlast door buitenlandse gebruikers te verminderen, behoort de regering er dan ook voor te zorgen dat de productie voor de coffeeshops ruim en flexibel geregeld wordt.
 
Cannabis: zacht of hard roesmiddel?
Zou het erg zijn als het onderscheid tussen soft en hard drugs wordt opgeheven, zoals de Cie. vdDonk heeft voorgesteld? Als dat ertoe leidt dat de straffen voor cannabishandel even hoog worden als bij de andere stoffen, zal dit zeker een ongunstige ontwikkeling zijn.
 
De schadelijkheid van roesmiddelen vertoont een glijdende schaal, zoals het rapport “Ranking van drugs” van het RIVM weer heeft laten zien. De tweedeling soft en hard drugs die in Nederland sinds 1976 wordt gebruikt is in de praktijk nuttig, net zoals bij lichte en zware alcoholische dranken. Ook van bier en wijn kan men dronken worden, maar dat is geen reden om het onderscheid tussen licht en zwaar af te schaffen.
 
Als men die indeling nu wil veranderen, zou dat in principe moeten leiden tot een glijdende schaal van straffen, en niet tot alles bij elkaar stoppen in het zwaarste strafregime.
 
De vraag hoe schadelijk de roesmiddelen kunnen zijn is belangrijk, maar beslissend is in deze kwestie het antwoord op een andere vraag: moeten bepaalde schadelijke effecten van roesmiddelen tot een verbod leiden, of is het beter de markt voor die middelen te reguleren? Hoe regelen we het zó, dat zo min mogelijk mensen erdoor in de problemen komen, terwijl mensen die het willen gebruiken dat op verantwoorde manier kunnen doen?
 
Inmiddels is het Nederlandse softdrugsbeleid minder uniek dan het in 1976 was, maar rechtstreekse verkoop van cannabis aan consumenten is nog altijd alleen hier toegestaan. Het is niet gelegaliseerd, maar gedecriminaliseerd (over de terminologie wordt nog wel eens verschillend geoordeeld.)
In steeds meer landen zijn gebruik, en bezit voor persoonlijk gebruik van cannabis gedecriminaliseerd, en soms ook van alle andere roesmiddelen.
Besloten cannabisclubs functioneren in Spanje al in enkele provincies, en in Belgie is dit in het beginstadium.
 
Sinds de Amerikanen Bush door Obama vervangen hebben, verspreidt de medicinale cannabis zich daar stormachtig en dat zal nu waarschijnlijk in veel andere landen ook gebeuren. Zelfs de conservatieve American Medical Association heeft zijn standpunt nu bijgesteld: cannabis heeft therapeutische waarde, en daarover moet meer onderzoek worden gedaan, volgens de AMA.
Vanmorgen staat er weer een artikel over in de Washington Post. Ik kom net terug van de internationale conferentie over drugsbeleid die in dat artikel ook wordt genoemd, en éen van de dingen die ik daar meerdere malen door Amerikanen heb horen zeggen is dit:
 
In 1992 kregen we een president die wel marijuana had gerookt, maar die beweerde dat hij nooit geïnhaleerd had; in 2000 een president in wiens curriculum vitae op dit punt een aantal jaren ontbraken, en nu hebben we een president die al voor zijn verkiezing heeft gezegd: “Natuurlijk heb ik geïnhaleerd, daar ging het toch om? That was the whole point.”
 
Denkfouten
Steeds meer mensen zien inmiddels in dat de internationale prohibitie van cannabis een fout is geweest. Cannabis is minder riskant voor de gezondheid dan de meeste andere illegale roesmiddelen, inclusief sigaretten en alcohol. Toch is ook voor cannabis vanwege de beperkte gezondheidsrisico’s regulering nodig, evenals Harm Reduction, beperking van de risico’s. Niet alle liefhebbers van cannabis zijn het hierin met mij eens. Overigens kan de regulering van cannabis wel betrekkelijk licht blijven.
 
In het denken over het drugsvraagstuk en het drugsbeleid worden helaas veel fouten gemaakt. Het idee dat cannabis gelegaliseerd kan worden, maar de hard drugs niet, omdat de gezondheidsrisico’s van die middelen alleen zouden kunnen worden voorkomen en opgevangen in een verbodsregime, is zo een denkfout.
In de Opiumwet worden de risico’s voor de volksgezondheid van de andere drugs dan cannabis onaanvaardbaar genoemd, maar een overtuigende onderbouwing van deze stelling, die de rechtvaardiging vormt van het verbod, ontbreekt.
 
Tijdens mijn studie geneeskunde begon ik er aan te twijfelen of deze redenering wel juist is – maar ik heb nog bij het Lieverdje gestaan en in die tijd mijn eerste stickies gerookt, zoals ze toen genoemd werden. Geleidelijk raakte ik ervan overtuigd dat het precies omgekeerd is: de gezondheidsrisico’s van roesmiddelengebruik maken het juist noodzakelijk productie en handel te regelen. Hieruit volgt dat, hoe groter de gezondheidsrisico’s van een bepaald middel zijn, des te groter de plicht is voor de overheid de markt van dat middel te reguleren. Onder de prohibitie is er alleen een illusie van controle.
 
Steun voor de coffeeshops vanuit de wetenschap
Prof. David Nutt die voorzitter was van de belangrijkste adviescommissie voor drugsbeleid van de Engelse regering, is een paar weken geleden door de minister van binnenlandse zaken ontslagen omdat hij zich er niet stilzwijgend bij wilde neerleggen toen de adviezen van zijn commissie voor de derde achtereenvolgende maal werden genegeerd.
 
Ik wil mijn bijdrage aan deze feestelijke middag afsluiten met deze uitspraak van David Nutt, die hij afgelopen vrijdag, 19 nov. 09, voor de Engelse radio 4 heeft gedaan:
 
“I think it’s perfectly sensible to think about the Dutch model for cannabis and explore whether that might be a tenable way of allowing young people to get an intoxicant which is safer than alcohol, and which they could then use in a controlled, safe environment.”
“Ik denk dat het zeer verstandig is na te denken over het Nederlandse model voor cannabis, en te onderzoeken of dat een verdedigbare manier is om jonge mensen de gelegenheid te geven een roesmiddel te gebruiken dat veiliger is dan alcohol, in een gecontroleerde, veilige omgeving.” (vert. fp)
 
Geactualiseerd op Fri, 29 October, 2010
 

Copyright © 2015 Stichting Drugsbeleid. All rights reserved.
Webhosting