NETHERLANDS DRUG POLICY FOUNDATION

Brief aan Kamer 28/10/2009

28 oktober 2009

Aan: de leden van de Tweede Kamer, en de ministers van VWS, Justitie en Binnenlandse Zaken.
 
onderwerp: drugsbeleid- Brede Heroverweging
 
Dames en Heren,
Bij email dd 7 september j.l. gaven wij u onze visie op de 3 recente drugsrapporten:
het Rivm-rapport “Ranking van drugs”, de evaluatie van Wodc / Trimbos, en het rapport van de Commissie-van de Donk.
Wij pleiten daarin voor regulering van de cannabisteelt en voor proefprojecten met de andere drugs. Onze visie sluiten wij opnieuw als bijlage hierbij.
 
Inmiddels heeft de regering haar reactie op de 3 rapporten gegeven. Deze komt er op neer dat er een voorzichtige proef mag komen met een grotere voorraad bij coffeeshops. Verder blijft alles ongeveer bij het oude.
 
De Troonrede 2009 opent echter een unieke mogelijkheid:
“De regering zal het komende halfjaar fundamentele heroverwegingen voorbereiden op een twintigtal brede terreinen in de collectieve sector.(…)
Om bij te dragen aan het noodzakelijke herstel van de overheidsfinanciën zal onderzocht worden waar met twintig procent besparing maatschappelijke doelen kunnen worden gerealiseerd.”
In de Tweede Kamer heeft de regering gezegd dat daarbij geen taboes gelden.
 
Dat biedt de kans om een formidabel taboe te onderzoeken: regulering van drugs.
Onder regulering verstaan wij het toestaan van productie, verkoop en consumptie van drugs onder regels, die gericht zijn op een zo gering en veilig mogelijk gebruik en zo min mogelijk schade voor de samenleving.
Drugsregulering biedt royaal uitzicht op besparingen van 20% of meer. En op baanbrekende veiligheidswinst.
 
Angst onterecht.
Zoals bekend veroorzaakt het drugsverbod kolossale schade. Rond de helft van de totale criminaliteit in ons land is direct of indirect het gevolg!
Kan het niet anders en beter? Jazeker: het 30-jarige experiment van de coffeeshop wijst de weg. Het heeft immers bewezen dat de angst voor regulering van drugs niet terecht is.
 
Huidige kosten: Prof. Rigter (Erasmus-universiteit) berekende de kosten van rechtshandhaving van het drugsverbod door de overheid over 2003 op € 1,6 miljard (1). Dat cijfer is aan de zeer voorzichtige kant.
Daarbovenop komen de kosten voor burgers en bedrijven.
Het WODC berekende de totale kosten van de criminaliteit in ons land over 2006 op € 31,5 miljard (2). Als de helft daarvan op conto komt van de misdaad die het drugsverbod veroorzaakt kost het drugsverbod aan elke Nederlander € 924 per jaar.
 
Besparingen.
Een schrander beleid van regulering leidt tot het geheel of grotendeels verdwijnen van de zwarte binnenlandse markt. De kosten van handhaving door de overheid beperken zich dan tot het houden van toezicht op de legale markt, en bestrijding van het restant zwarte markt, export en doorvoer.
 
Er ontstaat een uiterst substantiële en structurele verlichting voor politie, O.M, rechterlijke macht en gevangeniswezen.
De vrijkomende capaciteit kan op 2 manieren worden aangewend: voor lastenverlichting voor de overheid, of voor extra bestrijding van de resterende criminaliteit. In het laatste geval dus: extra lastenverlichting voor burgers en bedrijven, bovenop die welke sowieso al ontstaat door het grotendeels wegvallen van de drugscriminaliteit.
 
Daarbovenop komen inkomsten voor de overheid uit belastingheffing op de productie en verkoop. Die zijn eveneens structureel en bedragen enkele honderden miljoenen per jaar.
 
Regulering van alle drugs komt de volksgezondheid en veiligheid ten goede, en betekent een lastenverlichting van miljarden voor overheid en samenleving. Regulering zal bij uitstek “zicht geven op financieel verantwoorde mogelijkheden om (…) beleid beter af te stemmen op problemen in de samenleving”(Troonrede).
 
Alle reden om het thema “drugsregulering” toe te voegen aan de taakopdracht van de reeds ingestelde Werkgroep Brede Heroverweging no. 15: Veiligheid en terrorisme! (zie bijlage).
Wij roepen regering en parlement op om dit aan Werkgroep 15 voor te leggen!
 
Hoogachtend,
mr R. Dufour – voorzitter van de Stichting Drugsbeleid
 
1) tijdschrift Addiction, 2006
2) Haarlems Dagblad dd 10-11-07

Brief Raimond 4 december 2009

4 december 2009

Geachte Kamerleden,
In de volgende week staat uw “Hoofdlijnendebat drugsbeleid” gepland.
 
In onze email aan u dd 28 october j.l (zie bijlage) stelden wij voor, het onderwerp “Drugsregulering” te laten bestuderen door de Brede Heroverweging– werkgroep 15: “Veiligheid en Terrorisme”. Drugsregulering biedt royaal uitzicht op besparingen van 20% of meer op de uitgaven voor criminaliteitsbestrijding. En op baanbrekende winst voor veiligheid en volksgezondheid.
 
Inmiddels vernamen we dat de werkgroep momenteel bestudeert welke onderwerpen zij gaat “heroverwegen”. Het lijkt ons bijzonder nuttig als er van uw kant wordt aangedrongen dat zij regulering van drugs in haar pakket opneemt.
 
Daarnaast vragen wij uw aandacht voor de volgende punten inzake Coffeeshops:
 
1. Hoe valt het te rijmen dat de regering enerzijds zegt de coffeeshops te willen behouden, maar anderzijds zwaar inzet om de cannabisteelt onmogelijk te maken? De PvdA heeft daarover terecht vragen gesteld.
2. Het aantal coffeeshops loopt steeds verder terug. Dat komt vooral omdat het Openbaar Ministerie jacht maakt op overtreding van de 500-gramsregel. Kan de regering aangeven hoeveel coffeeshops op die basis in de afgelopen 2 jaar zijn vervolgd en gesloten? Waarom acht de regering dat nuttig? Zij weet immers dat geen coffeeshop op 500-gram kan draaien, en wil zelf proeven toestaan met een grotere handelsvoorraad.
3. De Hoofdlijnenbrief stelt (4.2): “Het beleid van de afgelopen 15 jaar om coffeeshops tot aanvaardbare aantallen terug te brengen zal met enige aanpassing worden voortgezet”. Hoe groot zou dat “aanvaardbare aantal” moeten zijn? Momenteel voorzien coffeeshops slechts in de helft van de binnenlandse vraag naar cannabis. Illegale verkooppunten leveren graag –ook andere drugs!- aan jongeren onder 18 jaar. Ter bescherming van de jeugd ligt het eerder voor de hand, een adequaat netwerk van coffeeshops voor het gehele land te bewerkstelligen dat de zwarte markt de wind uit de zeilen neemt. Is het niet zinvoller te bezien welk aantal dáarvoor nodig is? En hoe denkt de regering een goede spreiding –die zij zegt na te streven- tot stand te brengen?
 
Hoogachtend – mr R. Dufour, voorzitter Stichting Drugsbeleid
 

Commentaar op ministers juni 2010

Commentaar Stichting Drugsbeleid op ministers Hirsch Ballin en Klink

25 juni 2010
 
Op het artikel van Bolkestein cs hebben de demissionaire ministers Hirsch Ballin en Klink gereageerd (NRC 8-6-10). Onder de kop “Reguleren drugs zal overlast juist doen toenemen” sommen zij een aantal tegenargumenten op.
 
Zo zou cannabis riskanter zijn dan werd aangenomen. Maar die gezondheidsrisico’s pleiten juist voor regulering!
Legalisering zou tot lagere drugsprijzen leiden en “dus” tot meer consumptie. Maar de afgelopen jaren kenden sterke prijsfluctuaties, zonder dat de gebruiksniveaus op en neer gingen. Bovendien hoeft regulering niet persé tot lagere prijzen te leiden want gereguleerde verkoop heeft grote voordelen zoals kwaliteitscontrole en voorlichting. Zo is er nauwelijks illegale alcoholverkoop, hoewel hoge accijns wordt geheven en ‘zwarte’ alcohol dus veel goedkoper zou zijn.
En tenslotte zouden ‘de jarenlange inspanningen voor internationaal draagvlak voor de Nederlandse aanpak tenietgedaan worden’. Maar tegelijk vertellen de bewindslieden trots dat zij er in zijn geslaagd om coffeeshops bij scholen en in de grensstreken te sluiten. Niet alleen daar trouwens: het aantal coffeeshops in ons land is de afgelopen jaren ongeveer gehalveerd, meestal vanwege een grotere voorraad dan het -onwerkbare- toegestane maximum van 500 gram. Voor onze overige maatregelen van ‘harm reduction’ is allang een stevig Europees draagvlak ontstaan.
Ronduit onthutsend is echter de wufte lichtzinnigheid waarmee deze twee ministers voorbijgaan aan de schade die het drugsverbod aanricht. Zij bestrijden niet de diagnose van Bolkestein c.s. dat het drugsverbod tenminste de helft van de totale criminaliteit veroorzaakt en de samenleving vele miljarden kost. Hirsch Ballin en Klink spreken slechts van ‘overlast’ en betogen dat hun doelen nobel zijn zodat we vooral moeten blijven verbieden…Oftewel: leve de drugsmaffia!
 

NRC Handelsblad 18/05/2010

Red het land, sta drugs toe

 
Door Frits Bolkestein c.s.
Het verbod op drugs kost miljarden: het leidt tot misdaad en is slecht voor de volksgezonhdeid. Hef het op.
 
In het kader van de ‘brede heroverwegingen’ hebben ambtelijke werkgroepen onderzocht hoe de rijksoverheid zo’n 30 miljard euro kan bezuinigen. Alle onderzochte opties doen pijn. Maar er is één optie die een weldadige opluchting zou zijn: regulering van drugs. Onder regulering van drugs verstaan wij het toestaan van productie en verkoop onder voorwaarden, gericht op een zo gering en veilig mogelijk gebruik.
 
Regulering is echter een kolossaal taboe, en hoewel het kabinet had verklaard dat voor de heroverwegingen geen taboes zouden gelden, heeft de desbetreffende werkgroep ‘veiligheid’ zijn vingers er nauwelijks aan durven branden. Hij heeft alleen gekeken naar regulering van softdrugs. Dat zou, met allerlei slagen om de arm, wellicht 183 miljoen euro aan uitgaven voor politie, justitie en bestuur besparen, en 260 miljoen euro aan belasting opleveren. Over de andere drugs zwijgt men.
 
Al ruim veertig jaar zijn drugs verboden. Maar het gebruik is groter dan ooit en niets wijst er op dat het verbod werkt. Wél staat als een paal boven water dat het verbod schade veroorzaakt. De ongehoorde omvang daarvan dringt echter nauwelijks tot de publieke opinie door. Minstens de helft van alle criminaliteit in ons land is er direct of indirect het gevolg ervan.
 
De meest recente gegevens van Justitie melden: „Tussen de 27 en 33 procent van de detentiejaren is opgelegd wegens een opiumwetdelict.” En: „In 2006 is driekwart van de ruim 300 onderzoeken naar ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit gericht op de handel in of productie van drugs.” (WODC- Nationale Drugsmonitor, Jaarbericht 2007.) Deze cijfers geven alleen de directe opiumwetdelicten weer. Denk aan dealers en runners, veelplegers, cannabiskweek in woonhuizen en loodsen, bolletjesslikkers, xtc-labs en uit- en doorvoer. Erbovenop komt indirecte criminaliteit: omkoping, bedreiging, corruptie, witwassen, aantasting van sectoren als vastgoed, afrekeningen tussen drugsbenden, gebruik van drugsgeld voor illegale wapenhandel. En dan zwijgen we nog maar over de internationale gevolgen, waaronder de ontwrichting van hele landen.
 
Deze – ook letterlijk – ongehoorde feiten zijn de grote afwezige in het drugsdebat. En, even verbijsterend, in het debat over veiligheid. Iedereen die zich zorgen maakt over veiligheid zou zich moeten afvragen of er geen alternatief is voor het drugsverbod. Het verbazingwekkende is echter dat juist crimefighters verbeten vasthouden aan het verbod. Beseffen zij niet dat ze zich tot steunpilaren van de drugsmaffia maken?
 
Kan het beter? Zeker, en dat is bewezen. Het dertigjarige experiment met de verkoop van cannabis via coffeeshops is uniek. Regulering van deze drug heeft niet geleid tot meer gebruik, noch van cannabis noch van andere drugs. Gebruik en verslaving van soft- en harddrugs liggen in Nederland op of onder het Europese gemiddelde. Heel wat lager dan in meer repressieve landen als Frankrijk, Engeland en de VS. Ook hebben de coffeeshops bereikt dat honderdduizenden cannabisconsumenten geen strafblad hebben gekregen, geen intrekking van hun rijbewijs of erger, zoals elders.
 
Het verbod blijkt dus niet nódig. We kunnen deze uitzonderlijke maatregel om burgers tegen zichzelf te beschermen afschaffen. Regulering wérkt.
 
Bij deze gigadoorbraak verbleken de problemen rond regulering. Zoals bij coffeeshops: overlast in grensstreken. Die is door Venlo effectief opgelost door verplaatsing van enkele coffeeshops naar buiten de bebouwde kom, vlakbij de grens.
 
Om de coffeeshops volledig uit de criminaliteit te halen moet de kweek van cannabis gereguleerd worden. Gemeenten staan ervoor in de rij. Al twee keer is een motie van die strekking in de Tweede Kamer aangenomen. Voor de overige drugs dienen, voorzichtig maar vastberaden, proefprojecten te worden opgestart met regulering. Het gaat hierbij met name om cocaïne, xtc, amfetamine en heroïne. Voorstellen daartoe liggen klaar.
 
Staan de drugsverdragen in de weg? Nee. Juridisch is goed te beargumenteren dat ze regulering toestaan. Maar het eenvoudigste is, regulering net zoals bij de coffeeshops in te voeren via het opportuniteitsprincipe: niet-vervolgen als gestelde voorwaarden in acht zijn genomen. Ons land heeft zich dit recht altijd voorbehouden.
 
Tegenstand vanuit het buitenland dan? Bij beperking van de proefprojecten tot Nederlandse ingezetenen valt geen onoverkomelijke Europese weerstand te vrezen. Met bekwaam diplomatiek handwerk kan juist interesse worden gewekt. Overal heeft men immers dezelfde problemen. President Obama heeft verklaard dat hij het drugsbeleid zal stoelen op zakelijke, niet op ideologische basis. Het internationale politieke getij oogt zeldzaam gunstig.
 
Zodra de binnenlandse drugsmarkt is gereguleerd, is er voor drugsbendes geen droog brood meer aan te verdienen. . De samenleving wordt substantieel veiliger. En krijgt substantiële besparingen in de schoot geworpen. Het WODC berekende de totale kosten van de criminaliteit in 2006 op 31,5 miljard euro. De misdaad die het drugsverbod veroorzaakt kost de samenleving minstens de helft, 15,75 miljard euro, dat wil zeggen aan elke Nederlander 924 euro per jaar. De kosten van rechtshandhaving van het drugsverbod bedroegen volgens prof. Rigter (Erasmus Universiteit) over 2003 1,6 miljard euro. Daar bovenop komen dan nog de indirecte handhavingskosten. Bovendien wordt belasting op drugs geheven. Drugsregulering biedt dus een formidabele kans voor lastenverlichting.
 
Ook is de volksgezondheid ermee gediend. Door het wegvallen van de zwarte markt is met name de jeugd veel beter beschermd. De kwaliteit van de drugs is gewaarborgd, ze zijn voorzien van bijsluiters, en voorlichting wordt geloofwaardig.
 
Drugs laten zich niet wég-verbieden, ze zullen er altijd zijn. Een minderheid van de gebruikers zal erdoor in de problemen raken. De gevaren van drugs zijn echter véél kleiner dan die van alcohol en tabak: ons land kent dertien keer meer alcoholisten, vijftien keer meer alcoholdoden en 333 keer meer tabaksdoden. Maar juist omdat drugs gezondheidsrisico’s meebrengen, is regulering noodzakelijk. De drugscriminaliteit kunnen we echter missen.
 
Ondertekenaars
 
Prof. mr. drs. Frits Bolkestein, voormalig minister van Defensie (VVD)
Dr. Els Borst-Eilers, voormalig minister van Volksgezondheid (D66)
Prof. mr. Theo de Roos, hoogleraar strafrecht, Universiteit Tilburg
Hedy d’Ancona, voormalig minister van Volksgezondheid (PvdA)
Theo M.G. van Berkestijn, voormalig secretaris generaal van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van Geneeskunst
Margreeth de Boer, voormalig minister van VROM (PvdA)
Mr. Harry F. van den Haak, voormalig president van het Gerechtshof Amsterdam en voormalig voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak
Mario Lap, drugsdeskundige
Mr. Raimond Dufour, voorzitter Stichting Drugsbeleid.

Persbericht mei 2011

Persbericht 30 mei 2011:

Drugsbrief Opstelten/Schippers: pro Maffia.
 
Het Kabinet wil voortzetting en zelfs intensivering van de Drugsoorlog. Coffeeshops binnen 350 m. van scholen moeten weg: dat is meteen al een halvering, de rest worden kleine clubs, alleen voor Nederlanders. Hennepteelt blijft verboden. Straffen worden zwaarder.
 
Bij de maffia knallen daarom de champagnekurken, want de drugsmarkt wordt voor hen nog profijtelijker. Waarom deze roerende eendracht tussen Kabinet en maffia?
 
Het roer moet òm, naar regulering: dwz het toestaan van drugs onder strikte voorwaarden. Om 4 redenen:
 
1. De drugsoorlog heeft tot doel om drugs weg te houden uit de samenleving. Maar de politie krijgt niet meer dan 5-10 % te pakken. De Drugsoorlog is dus een fiasco.
 
2. Maar niet alleen een fiasco: hij veroorzaakt bovendien –direct en indirect- niet minder dan de helft van alle misdaad in ons land.
 
3. De Drugsoorlog is helemaal niet nodig. De coffeeshop is een werelddoorbraak: het unieke bewijs dat gereguleerde verkoop van drugs mogelijk is zonder dat het gebruik uit de hand loopt. Voor de verzachtende maatregelen bij de andere drugs geldt hetzelfde.
 
4. Regulering van alle drugs vermindert de criminaliteit met een derde, betekent kwaliteitscontrole, een belastingopbrengst van 1 à 1,5 miljard Euro per jaar, een vermindering van handhavingkosten van 4 miljard, en een lastenvermindering voor burgers en bedrijven van 10 miljard per jaar.
 
Het Kabinet heeft 2 hoofddoelstellingen: bezuinigen en de misdaad verminderen. Drugsregulering is dé kans om beide te realiseren. Enige benadeelde partij: de drugsmaffia…
 
Met vriendelijke groet – R. Dufour

Toespraak Polak aan Van Agt 2009

DANK AAN DRIES VAN AGT

Inleiding door Freek Polak bij de uitreiking van de Cannabiscultuurprijs op 23.11.09
 
Het is duidelijk dat de heer Van Agt is gekozen als winnaar van de Cannabiscultuurprijs vanwege de voorname rol die hij heeft gespeeld bij de totstandkoming van het unieke Nederlandse softdrugsbeleid. Ook ik ben de heer van Agt hiervoor zeer dankbaar, ook al is het niet alleen zijn verdienste. Hij heeft het voorstel gezamenlijk ingediend met PvdA minister mw. Vorrink van volksgezondheid, maar zonder deze Minister van Justitie was het beslist anders gelopen.
 
In 1976 werd na jaren van voorbereiding de Opiumwet gewijzigd. Had men toen niet kunnen voorzien dat er ook een regeling moest komen om de coffeeshops te kunnen bevoorraden? Het antwoord daarop is dat niemand de komst van coffeeshops had voorzien. In de eerste jaren na 1976 waren er alleen huisdealers bij bepaalde gelegenheden zoals Paradiso en de Melkweg hier in Amsterdam. Maar ook die huisdealers moesten op de een of andere manier aan hun product komen.
 
Verwaarlozing van beleid?
Ik maak meteen een sprong naar de actuele situatie. In de Hoofdlijnenbrief drugsbeleid die begin september werd gepubliceerd, stemt de regering in met het advies van de cie. Van de Donk om de coffeeshops te behouden, met aanpassingen in de richting van kleinschaligheid en regionale functie.
Tegelijk lijkt de regering toch de coffeeshops het leven weer verder te willen bemoeilijken, enerzijds door geen oplossing voor te stellen voor het bekende achterdeurprobleem, terwijl anderzijds wèl de suggestie van de cie. Van de Donk wordt overgenomen harder te gaan optreden tegen de zogenaamde drugswetcriminaliteit, waarmee de teelt en de aanvoer naar de coffeeshops wordt bedoeld.
 
Het lijkt erop dat prof. Fijnaut de overige leden van de cie. Van de Donk zover heeft gekregen mee te gaan in zijn opvatting dat tot voor kort de strafrechtelijke aanpak van deze drugswetcriminaliteit zou zijn “verwaarloosd” en dat alleen bestuursrechtelijk werd opgetreden. Daarom zou de aanpak nu harder moeten.
Met “te weinig strafrechtelijk optreden” bedoelt Fijnaut dat tot voor enkele jaren de teelt en de aanvoer naar de coffeeshops grotendeels ongemoeid zouden zijn gelaten. Dit is nogal overdreven, maar voor zover dit het geval was, gebeurde dit omdat het paste in het gedoogbeleid. De coffeeshops moesten nu eenmaal op een of andere manier hun leveranties kunnen ontvangen. Het is dus onjuist om dit verwaarlozing van beleid te noemen.
 
Wel lijkt het begrip “verwaarlozing van beleid” op een ander punt van toepassing. Het Nederlandse coffeeshopbeleid lag meermaals onder vuur vanuit het buitenland en opvolgende regeringen reageerden daarop overwegend defensief.
Is het dan geen verwaarlozing van beleid dat vanuit Nederland nooit openlijk tegen de ons bekritiserende landen is gezegd dat hun bezwaren tegen de coffeeshops ongefundeerd zijn?
 
Inmiddels is het algemeen bekend dat de vrije beschikbaarheid van cannabis voor volwassenen in Nederland in vergelijking met de buurlanden niet tot een toename van gebruik heeft geleid, en meer in het algemeen dat hardere repressie niet tot minder gebruik leidt, en al helemaal niet tot minder problemen.
Maar wanneer begon dit duidelijk te worden? De Duitse onderzoeker Karl-Heinz Reuband heeft hierover al vanaf 1992 artikelen gepubliceerd, die lieten zien dat het gebruik in Nederland wel toenam, maar niet meer dan elders in Europa.
 
Nu de regering instemt met het advies van de cie. Van de Donk om de coffeeshops te behouden, en nu het beleid er hoofdzakelijk op gericht zal zijn overlast door buitenlandse gebruikers te verminderen, behoort de regering er dan ook voor te zorgen dat de productie voor de coffeeshops ruim en flexibel geregeld wordt.
 
Cannabis: zacht of hard roesmiddel?
Zou het erg zijn als het onderscheid tussen soft en hard drugs wordt opgeheven, zoals de Cie. vdDonk heeft voorgesteld? Als dat ertoe leidt dat de straffen voor cannabishandel even hoog worden als bij de andere stoffen, zal dit zeker een ongunstige ontwikkeling zijn.
 
De schadelijkheid van roesmiddelen vertoont een glijdende schaal, zoals het rapport “Ranking van drugs” van het RIVM weer heeft laten zien. De tweedeling soft en hard drugs die in Nederland sinds 1976 wordt gebruikt is in de praktijk nuttig, net zoals bij lichte en zware alcoholische dranken. Ook van bier en wijn kan men dronken worden, maar dat is geen reden om het onderscheid tussen licht en zwaar af te schaffen.
 
Als men die indeling nu wil veranderen, zou dat in principe moeten leiden tot een glijdende schaal van straffen, en niet tot alles bij elkaar stoppen in het zwaarste strafregime.
 
De vraag hoe schadelijk de roesmiddelen kunnen zijn is belangrijk, maar beslissend is in deze kwestie het antwoord op een andere vraag: moeten bepaalde schadelijke effecten van roesmiddelen tot een verbod leiden, of is het beter de markt voor die middelen te reguleren? Hoe regelen we het zó, dat zo min mogelijk mensen erdoor in de problemen komen, terwijl mensen die het willen gebruiken dat op verantwoorde manier kunnen doen?
 
Inmiddels is het Nederlandse softdrugsbeleid minder uniek dan het in 1976 was, maar rechtstreekse verkoop van cannabis aan consumenten is nog altijd alleen hier toegestaan. Het is niet gelegaliseerd, maar gedecriminaliseerd (over de terminologie wordt nog wel eens verschillend geoordeeld.)
In steeds meer landen zijn gebruik, en bezit voor persoonlijk gebruik van cannabis gedecriminaliseerd, en soms ook van alle andere roesmiddelen.
Besloten cannabisclubs functioneren in Spanje al in enkele provincies, en in Belgie is dit in het beginstadium.
 
Sinds de Amerikanen Bush door Obama vervangen hebben, verspreidt de medicinale cannabis zich daar stormachtig en dat zal nu waarschijnlijk in veel andere landen ook gebeuren. Zelfs de conservatieve American Medical Association heeft zijn standpunt nu bijgesteld: cannabis heeft therapeutische waarde, en daarover moet meer onderzoek worden gedaan, volgens de AMA.
Vanmorgen staat er weer een artikel over in de Washington Post. Ik kom net terug van de internationale conferentie over drugsbeleid die in dat artikel ook wordt genoemd, en éen van de dingen die ik daar meerdere malen door Amerikanen heb horen zeggen is dit:
 
In 1992 kregen we een president die wel marijuana had gerookt, maar die beweerde dat hij nooit geïnhaleerd had; in 2000 een president in wiens curriculum vitae op dit punt een aantal jaren ontbraken, en nu hebben we een president die al voor zijn verkiezing heeft gezegd: “Natuurlijk heb ik geïnhaleerd, daar ging het toch om? That was the whole point.”
 
Denkfouten
Steeds meer mensen zien inmiddels in dat de internationale prohibitie van cannabis een fout is geweest. Cannabis is minder riskant voor de gezondheid dan de meeste andere illegale roesmiddelen, inclusief sigaretten en alcohol. Toch is ook voor cannabis vanwege de beperkte gezondheidsrisico’s regulering nodig, evenals Harm Reduction, beperking van de risico’s. Niet alle liefhebbers van cannabis zijn het hierin met mij eens. Overigens kan de regulering van cannabis wel betrekkelijk licht blijven.
 
In het denken over het drugsvraagstuk en het drugsbeleid worden helaas veel fouten gemaakt. Het idee dat cannabis gelegaliseerd kan worden, maar de hard drugs niet, omdat de gezondheidsrisico’s van die middelen alleen zouden kunnen worden voorkomen en opgevangen in een verbodsregime, is zo een denkfout.
In de Opiumwet worden de risico’s voor de volksgezondheid van de andere drugs dan cannabis onaanvaardbaar genoemd, maar een overtuigende onderbouwing van deze stelling, die de rechtvaardiging vormt van het verbod, ontbreekt.
 
Tijdens mijn studie geneeskunde begon ik er aan te twijfelen of deze redenering wel juist is – maar ik heb nog bij het Lieverdje gestaan en in die tijd mijn eerste stickies gerookt, zoals ze toen genoemd werden. Geleidelijk raakte ik ervan overtuigd dat het precies omgekeerd is: de gezondheidsrisico’s van roesmiddelengebruik maken het juist noodzakelijk productie en handel te regelen. Hieruit volgt dat, hoe groter de gezondheidsrisico’s van een bepaald middel zijn, des te groter de plicht is voor de overheid de markt van dat middel te reguleren. Onder de prohibitie is er alleen een illusie van controle.
 
Steun voor de coffeeshops vanuit de wetenschap
Prof. David Nutt die voorzitter was van de belangrijkste adviescommissie voor drugsbeleid van de Engelse regering, is een paar weken geleden door de minister van binnenlandse zaken ontslagen omdat hij zich er niet stilzwijgend bij wilde neerleggen toen de adviezen van zijn commissie voor de derde achtereenvolgende maal werden genegeerd.
 
Ik wil mijn bijdrage aan deze feestelijke middag afsluiten met deze uitspraak van David Nutt, die hij afgelopen vrijdag, 19 nov. 09, voor de Engelse radio 4 heeft gedaan:
 
“I think it’s perfectly sensible to think about the Dutch model for cannabis and explore whether that might be a tenable way of allowing young people to get an intoxicant which is safer than alcohol, and which they could then use in a controlled, safe environment.”
“Ik denk dat het zeer verstandig is na te denken over het Nederlandse model voor cannabis, en te onderzoeken of dat een verdedigbare manier is om jonge mensen de gelegenheid te geven een roesmiddel te gebruiken dat veiliger is dan alcohol, in een gecontroleerde, veilige omgeving.” (vert. fp)
 
Geactualiseerd op Fri, 29 October, 2010
 

Voorstel verkiezingsprogrammas maart 2010

aan: Besturen van Politieke Partijen

Geacht bestuur,
 
Ten behoeve van uw politieke programma leggen wij u het volgende voor inzake Drugsbeleid:
 
1. Het geldende verbod om drugs te produceren en te verkopen veroorzaakt -direct en indirect- rond de helft van de totale criminaliteit in ons land (1).
2. Dat verbluffende feit is de grote afwezige in het drugsdebat. Én -even merkwaardig- in het debat over veiligheid!
3. Kan het beter? Jazeker, en dat is bewezen. Door regulering.
4. Onder regulering verstaan wij het toestaan van productie en verkoop, onder voorwaarden die gericht zijn op een zo gering en veilig mogelijk gebruik.
5. Het 25-jarige experiment met de gereguleerde verkoop van cannabis via coffeeshops is uniek in de wereld. Het heeft bewezen dat regulering in het geheel niet leidt tot meer gebruik, noch van cannabis noch van de andere drugs. Gebruik en verslaving liggen in Nederland op of onder het Europese gemiddelde.
6. De coffeeshops hebben tevens bereikt dat honderdduizenden cannabisconsumenten geen strafblad hebben gekregen, geen intrekking van hun rijbewijs of erger zoals in andere landen.
7. Om de coffeeshops geheel uit de criminaliteit te trekken dient nu ook de kweek van cannabis gereguleerd te worden. Gemeenten staan ervoor in de rij. Al twee keer is een motie van die strekking in de Tweede Kamer aangenomen.
8. De overlast van drugstoerisme in de grenssteden is door Venlo effectief opgelost door verplaatsing van enkele coffeeshops naar buiten de bebouwde kom, vlakbij de grens. Dit verdient navolging.
9. Voor de overige drugs dienen proefprojecten te worden opgestart met regulering. Voorstellen daartoe liggen klaar.
10. Zodra de binnenlandse drugsmarkt is gereguleerd is er voor drugsbendes daaraan geen droog brood meer te verdienen. De zwarte markt schrompelt ineen. De werkdruk van politie en justitie wordt tientallen procenten lichter. De samenleving wordt substantieel veiliger.
11. De misdaad die het drugsverbod veroorzaakt kost elke Nederlander € 924 per jaar, en de handhaving ervan kost de overheid tenminste € 1,6 miljard per jaar (2). Drugsregulering biedt dus een formidabele kans voor lastenverlichting.
12. Bovendien wordt belasting op drugs geheven, de kwaliteit gecontroleerd en voorlichting wordt geloofwaardig. Drugs laten zich niet wèg-verbieden; ze zullen er altijd zijn (3). Een minderheid van gebruikers zal erdoor in de problemen raken, net als bij alcohol en tabak. Juist omdat drugs, ook cannabis, gezondheidsrisico’s meebrengen, is regulering noodzakelijk. Maar de drugscriminaliteit kunnen we missen!
 
Wij roepen u op, regulering van drugs in uw programma op te nemen en het taboe daarop te slechten!
 
Hoogachtend,
Raimond Dufour, voorzitter Stichting Drugsbeleid
 
1. zie ministerie van Justitie, WODC- Nationale Drugsmonitor, Jaarbericht 2007 (de meest recente bron): “In 2006 is driekwart van de ruim 300 onderzoeken naar ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit gericht op de handel in of productie van drugs”.
En: “Tussen de 27 en 33 procent van de detentiejaren is opgelegd wegens een opiumwetdelict. Het aandeel wordt dus steeds hoger”.
Dat alles betreft de directe criminaliteit: dealers en runners, veelplegers, cannabiskweek in woonhuizen en loodsen, bolletjesslikkers, uit- en doorvoer. Daarbovenop komt de indirecte criminaliteit: omkoping, bedreiging, corruptie, zwart geld, witwassen en aantasting van economische sectoren via infiltratie met drugsgeld (onroerend goedhandel, horeca), afrekeningen tussen drugsbenden, enz.
Onze inschatting dat het drugsverbod de helft van de totale criminaliteit veroorzaakt is daarmee nog aan de voorzichtige kant.
 
2. WODC: totale kosten criminaliteit in 2006: € 31,5 miljard. Prof. Rigter (Erasmus-universiteit): kosten van rechtshandhaving van het drugsverbod over 2003: € 1,6 miljard. Daar bovenop komen nog de indirecte kosten, veroorzaakt door het drugsverbod als “criminogene multiplier”.
 
3. In landen met nòg draconischer vervolging zoals Frankrijk, Engeland en de VS liggen drugsgebruik en -verslaving (aanzienlijk) hoger dan in ons land.
 

NRC Handelsblad 2010 English

Ending drug prohibition: the ultimate austerity measure

Published: 19 May 2010 14:07 / Changed: 20 May 2010 09:18
The ban on recreational drugs promotes crime and is bad for public health.
By Frits Bolkestein c.s.
 
· Archive – Tourists no longer welcome in cannabis-selling coffee shops
· Archive – Dutch message to drug tourists: c’est fini
· News – European court weighs cannabis ban for foreigners
 
Austerity measures to cut public spending are a hot topic for debate everywhere in Europe. In the Netherlands, where a new parliament will be elected next month, several proposals to reduce spending by 30 billion euros are on the table. All of these proposals hit where it hurts, but one option could actually be a welcome relief: drug regulation. By ‘regulation’, we mean: permitting the production and sale of drugs under strict conditions designed to minimise use, while making it as safe as possible.
Regulation, however, remains a colossal taboo, even in the Netherlands. And in spite of the Dutch cabinet’s pledge that no subject would be taboo in its review of potential austerity measures, a government committee charged with studying possible cutbacks in the security sphere has barely dared broach the subject. It has only considered further regulating the less harmful drugs, marijuana and hashish, which could – under certain assumptions – save 183 million euros now spent on law enforcement and other government efforts, and generate 260 million in taxes. The committee said nothing of other drugs.
Recreational drugs were made illegal in the Netherlands 40 years ago. But they are used more frequently than ever, and there are no indications whatsoever that prohibition is effective. It is absolutely certain, though, that prohibition is causing extensive damage, the extent of which has barely registered with the public. At least half of all crime in this country is caused by drugs, either directly or indirectly.
 
Recent data from the Dutch justice department show that 27 to 33 percent of all years spent in incarceration are the result of violations of the law banning recreational drugs. In 2006, three quarters of the more than 300 investigations of organised crime focused on the production of, or trade in, drugs.
These statistics are limited to direct violations of Dutch drug laws and pertain to dealers and drug runners, frequent offenders, the cultivation of marijuana in homes and sheds, drug mules, ecstasy labs and export and import. Indirect crimes come on top of that: bribery, threats, corruption, money laundering and the subsequent tainting of legitimate industries like real estate, retaliatory violence between drug gangs, the use of drug money to finance the illegal arms trade. And let’s not even begin to mention the international consequences, which include the disruption of entire countries.
These facts, unheard of in both senses of the word, are absent in the drug debate, as they are, just as surprisingly, in the security debate. Everyone worried about security would do well to consider an alternative to the current ban on recreational drugs. Amazingly enough, though, prohibition’s biggest proponents are avid crime fighters. Can’t they see they are effectively serving as key support to the drug mob?
 
Could things be better? Certainly, and that is a proven fact. The 30-year Dutch experiment of selling marijuana in so-called coffee shops is unique. Regulation of this drug has not lead to increased use of marijuana or other drugs. The use of, and addiction to, all types of recreational drugs in the Netherlands lie near or below the European average, and far below the levels common in repressive countries like France, England or the US. Coffee shops have also ensured that hundreds of thousands of cannabis consumers have never acquired criminal records, or seen their driver’s licenses revoked, as is common practice elsewhere.
This proves prohibition is unnecessary. We can do without this unusual measure introduced to protect citizens against themselves – quite the anomaly in criminal law. Regulation works.
 
Drug crime can be prevented. Any problems caused by regulation pale in comparison to the advantages this incredible breakthrough would offer. Take coffee shops, for instance, which have caused trouble in Dutch border areas. The city of Venlo has effectively solved these problems by moving some coffee shops to the outskirts of town, close to the German border.
 
To draw coffee shops out of the criminal sphere entirely, the cultivation of marijuana needs to be regulated. Dutch municipalities can’t wait to do so. The Dutch parliament has twice accepted a motion along these lines. As far as other drugs are concerned, pilot regulation projects need to be set up, carefully but resolutely, for cocaine, XTC, amphetamines and heroine in particular. Proposals to that extent have already been drafted.
 
Are international drug treaties an obstacle? No. Legally it can be argued that they allow for regulation. But the simplest solution would be to introduce regulation by simply choosing not to prosecute offenders who meet certain, specified, conditions. Our country has always reserved that right.
 
What about foreign opposition? If pilot projects were limited to Dutch citizens, European resistance would not be insurmountable. Skilful diplomatic manoeuvring could even pique other countries’ interest. After all, the problem is the same here as elsewhere. US president Barack Obama has declared he will be forging new drug policy based on pragmatic rather than ideological grounds. The international political climate seems unusually favourable.
 
As soon as the domestic drug market has been regulated, drug gangs will no longer be able to make a penny. Law enforcement will have a lot less work on its hands. Society will become significantly safer and will benefit from a great reduction in costs. According to data collected by a Dutch government research agency, the total cost of crime added up to 31.5 billion euros in 2006 alone. Crimes that are a result of drug prohibition cost society at least half that amount, or 15.75 billion euros. That comes down to 924 euros per Dutch citizen annually. Professor Henk Rigter, who teaches at Rotterdam’s Erasmus University, has estimated that enforcing the ban on recreational drugs costs approximately 1.6 billion euros in 2003. Indirect costs of enforcement have yet to be factored into that number. Also, if laws are relaxed, drugs could be taxed. Drug regulation offers a formidable opportunity for cost cutting.
 
Public health would also be better served. By putting a stop to the illegal market, the young in particular would be better protected. The quality of drugs would be guaranteed, they would come with information leaflets and public awareness campaigns would become more credible.
 
Drugs will not disappear simply because they are illegal. They will always be around. A minority of users will get into trouble. Drugs are far less dangerous, however, than alcohol and tobacco. Our country is home to 13 times more alcoholics than drug addicts, and alcohol claims 15 times more lives than drugs do. Tobacco costs 333 times as many lives. Because drugs can be dangerous to people’s health, regulation will remain necessary. Drug crime, on the other hand, is something we can do without.
 
This proclamation’s supporters include former European Commissioner Frits Bolkestein, former public health minister Els Borst-Eilers and Theo de Roos, professor of criminal law at Tilburg University.
 

Oppositievragen mei 2011

Oppositievragen mei 2011

De Drugsbrief geeft oppositiepartijen een gelegenheid voor open doel om de bewindslieden een aantal lastige vragen te stellen. Wij formuleerden ze:
 
1. Welk percentage van de totale criminaliteit wordt veroorzaakt door de Drugsoorlog (dwz het drugsverbod en de daaruit voortvloeiende vervolging van handel, productie en gebruik), in directe zin: door dealers, smokkel, hennepplantages e.d., en indirect, zoals door onderlinge afrekeningen, infiltratie in legale bedrijfstakken, financiering wapenhandel, witwassen? (SDB: 50%)
 
2. Welk percentage van de totale preventie- en handhavingskosten m.b.t. criminaliteit wordt veroorzaakt door de drugsoorlog? (SDB: 50%.)
 
3. Wat zijn de kosten van 1 en 2 ? (SDB: 50% van € 31,5 miljard en 12,5 miljard= 22 miljard p.j.)
 
4. Welk % van alle aangeboden drugs wordt door de politie geconfisqueerd? (SDB: 5-10%).
 
5. Hoe hoog zou dat moeten zijn om substantiële vermindering van het aanbod te bewerkstelligen? (SDB: 80%).
 
6. Hoe denkt de minister het laatstgenoemde % te bereiken? Is dat in met Nederland vergelijkbare landen gelukt?
 
7. Heeft de gereguleerde verkrijgbaarheid van cannabis d.m.v. coffeeshops het gebruik van cannabis in ons land onrustbarend hoger gemaakt dan in omringende landen?
 
8. Is dat vervolgens via de ‘steppingstone-theorie’ of “het verkeerde signaal” gebeurd t.a.v. harddrugs?
 
9. Hebben de aanzetten tot regulering (dwz toestaan onder voorwaarden) van harddrugs, zoals pillentests, gebruikersruimten, niet-vervolging van gebruikshoeveelheden e.d. tot onrustbarend hoger gebruik daarvan dan in omringende strengere landen geleid?
 
10.Is de drugsoorlog een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor de georganiseerde misdaad, kortweg de maffia?
 
11.Betekent voortzetting en intensivering van de drugsoorlog dan niet een weldaad voor de maffia?
 
12.Heeft deze strategie ergens ter wereld de maffia kunnen vloeren?
 
13.Zou regulering de maffia een slag toebrengen, en zo ja hoe groot schat u deze ?
 
14.Zou regulering kwaliteitstoezicht, bijsluiters en geloofwaardige voorlichting kunnen inhouden?
 
15.Zou regulering het huidige –grote- aantal illegale verkooppunten van drugs via dealers, internet e.d. kunnen reduceren tot de gereguleerde adressen?
 
16.Zou dit niet juist de jeugd en andere risicogroepen beter beschermen ?
 
17.Moeten bij regulering de verkoopprijzen substantieel omlaag gaan om de illegale handel te verdringen? Leert de alcoholmarkt niet dat goed geregelde verkrijgbaarheid zoveel voordeel biedt voor de consument dat illegale alcohol –die veel goedkoper zou zijn- geen kans krijgt?
 
18.Zijn de drugsverdragen onoverwinbare obstakels? Welke concrete nadelen vreest de minister als Nederland via het opportuniteitsbeginsel de ‘achterdeur’ reguleert en proefprojecten met harddrugs start?
 
19. Met hoeveel procent zou regulering van de meest gebruikte drugs de totale criminaliteit verminderen? (SDB: na de opheffing van de Drooglegging in de VS ging 1/3 van de drankcriminelen door in andere takken van misdaad; gebeurt dat ook bij drugs dan vermindert de totale criminaliteit met 2/3x 50%=33%)
 
20.Hoeveel geld zou dat voor burgers, bedrijven en overheden besparen? (SDB: 2/3x € 22 miljard= 14,7 miljard)
 
21.Hoeveel belasting-inkomsten zou regulering van hard- en softdrugs opbrengen? (SDB: € 1 miljard)
 
22.Biedt drugsregulering niet een uitgelezen kans om de 2 prioriteiten van het regeeraccoord: bezuinigen en terugdringen van de criminaliteit pijnloos te realiseren?
 
Uw gezamenlijke Tegenplan kan dan de grote lijnen van regulering bevatten. Graag verneem ik uw reactie.

SDB gespreksnotitie 3/10/2011

SDB gespreksnotitie 3/10/2011

De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) zet zich in voor een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit. Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen en politici. In de Raad van Advies hebben oud-bewindslieden en prominente personen uit medische en juridische kring zitting.
 
website: www.drugsbeleid.nl; e-mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
mr Raimond Dufour, voorzitter
adres: Groot Heiligland 67, 2011 EP Haarlem ; tel/fax: 023-5310133; email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Gespreksnotitie van de Stichting Drugsbeleid tbv het rondetafel-gesprek in de Tweede Kamer op 3 oktober 2011 over de Drugsbrief van het Kabinet
 
Drugsbeleid op tweesprong
 
De Drugsbrief van het Kabinet is gericht op voortzetting en zelfs intensivering van de Drugsoorlog. Zonder enige argumentatie, die is er trouwens ook niet.
De Drugsoorlog immers:
1. is een fiasco: politie en justitie vangen maar 5-10% van alle drugs
2. veroorzaakt direct en indirect 50% van de totale criminaliteit (1)
3. kost de samenleving 15 miljard per jaar (2)
4. en maakt bovendien :
- dat de overheid vrijwel geen greep heeft op de gezondheidsrisico’s,
- en dat juist de kwetstbaarste groepen, zoals jongeren, psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking, bloot staan aan de verleiding van het verbodene en de 24-uurs beschikbaarheid van alle soorten drugs via de zwarte markt.
 
Regulering – het toestaan onder strikte voorwaarden – echter
5. is een eclatant succes
6. bewijs: de coffeeshop en de verzachtende maatregelen bij de overige drugs : gebruik en verslaving liggen in Nederland op of onder het Europese gemiddelde
7. regulering is te voltooien door: gereguleerde hennepteelt, en proefprojecten met de andere drugs
8. Gevolgen: – daling van de criminaliteit met ruim 30% (3)
- lastenverlichting van 10 miljard per jaar (3)
- belastingopbrengst 1 à 1,5 miljard per jaar
- betere gezondheidsbescherming, speciaal voor kwetsbare groepen, door:
minder verkooppunten dan de vele dealers nu, kwaliteitstoezicht, doeltreffende voorlichting en ontmoedigingsprogramma’s zoals bij roken; drugs worden nogal saai.
 
Het Kabinet heeft twee hoofddoelstellingen: bezuinigen, en verminderen van de criminaliteit. Op een presenteerblad ligt er de kans om deze twee vliegen in één machtige klap te slaan.
Onze nationale crime fighters lijken daarentegen liever de belangen van de drugsmaffia te blijven koesteren. Waarom?
 
Noten
1. In 2009 zat 22% van het totaal aantal gedetineerden vast vanwege een Opiumwetdelict. Van de opsporingsonderzoeken naar meer ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit was 75% gericht op drugs. Uit: WODC & Trimbos-instituut: Nationale Drugmonitor (2010).
Daarbovenop komen de indirect door de Drugsoorlog veroorzaakte delicten zoals: onderlinge afrekeningen tussen drugsbendes, witwassen, infiltratie in economische sectoren zoals onroerend-goedhandel of horeca, en financiering met drugsgeld van illegale wapenhandel, mensenhandel en andere criminele praktijken.
Onze aanname van 50% van de totale criminaliteit is waarschijnlijk nog aan de voorzichtige kant.
2. WODC-Criminaliteit en rechtshandhaving 2006: totale kosten van criminaliteit- 31,5 miljard pj.
3. Beste leidraad: na de opheffing van het Drankverbod in de VS door president Roosevelt in 1933 ging 1/3 van de drankcriminelen door in andere takken van misdaad, 1/3 werd eerzaam drankhandelaar en 1/3 verdween uit een en ander. Gebeurt dat ook hier dan vermindert de totale criminaliteit met 2/3 x 50%= 33%.
 
Literatuur
Report of the Global Commission on Drug Policy. www.globalcommissionondrugs.org/Report, 2011. Ondertekenaars o.a.: oud-presidenten van Mexico, Columbia en Brazilië, topeconoom Paul Volcker, oud-sg van de Europese Raad Javier Solana en oud sg van de VN Kofi Annan. Inhoud: de Drugsoorlog is totale mislukking, regulering de oplossing.
 
Geactualiseerd op Sat, 8 October, 2011

Copyright © 2015 Stichting Drugsbeleid. All rights reserved.
Webhosting